Redactioneel
Michsjol is deze keer grotendeels gewijd aan het boek Metamorfosen: Over religie en moderne cultuur van theoloog Erik Borgman. Dat boek verscheen in 2006 en beleefde inmiddels een tweede druk. De redactie van Michsjol zag in dat boek een geestverwant aan het woord. In dit themanummer nemen wij graag het initiatief tot een kritisch gesprek over de actuele thema’s die Borgman ter sprake heeft gebracht.
Het is zeldzaam geworden dat een theologisch boek nadrukkelijk in gesprek gaat met de moderne cultuur. Meestal spreken theologen over cultuur en samenleving, alsof ze er zelf geen deel van uitmaken. Niet zelden lijden theologische boeken en artikelen aan wetenschappelijke of kerkelijke rigiditeit. Vaak zijn ze geschreven in een taal die in de praktijk van geloof en samenleving nauwelijks wordt herkend, laat staan gesproken. Borgman heeft die trend willen doorbreken door al vroeg in zijn theologische carrière een publieke theologie te ontwikkelen. Die publieke theologie wil zich laten aanspreken door wereldse stemmen waarin Gods Woord gehoord kan worden, juist ook in het ongehoorde en het sprakeloos makende. Voorwaar, een opdracht die Michsjol bekend in de oren klinkt. Ook dit tijdschrift zoekt de altijd grotere waarheid van God in de samenhang van theologie, politiek en cultuur, door een diversiteit van stemmen aan bod te laten komen. Borgman vergelijkt zijn stijl met die van de talmoedische traditie, en ook die is Michsjol niet vreemd.
Metamorfosen is een boek zoals geen ander. In plaats van de vertrouwde theologische paden te bewandelen, kiest Borgman voor de politieke verwarring en de culturele veranderingen als ruimte en kans voor nieuwe inzichten in wat de wereld en de mensen die haar bewonen beweegt. Na enkele literaire en theoretische verkenningen over de gedaanteverandering van de religie in de hedendaagse cultuur komt hij na een aantal maatschappelijke omzwervingen tot, wat hij noemt, ‘uitgelokte belijdenissen’. Zijn theoretische verkenningen zijn visionair en maken hem voor de goede verstaander tot een luis in de pels van de theologie in Nederland. Het zijn vervolgens de maatschappelijke omzwervingen die het boek actueel en uitdagend maken. Borgman gaat politieke hete hangijzers, zoals de gevaren van het huidige politieke leiderschap, het religieuze gehalte van Europa of de moderne islam, niet uit de weg. Via deze ‘omwegen’ – maar zijn het omwegen, is er eigenlijk een andere, directere route? – spreekt hij zich ten slotte uit over de christelijke traditie, haar macht, haar falen en haar kwetsbaarheid. Wie de geschiedenis van kerk en theologie serieus neemt, vindt dit boek op haar of zijn weg als een open, maar brutale uitnodiging om over dat engagement in debat te gaan, temidden van de hedendaagse cultuur en niet in de marge ervan.
De redactie vroeg enkele auteurs Borgmans boek kritisch door te lichten. In een eerste artikel zal Stephan van Erp het boek inleiden tegen de achtgrond van de veranderingen in het huidige theologische landschap in Nederland. Waar gaat Metamorfosen eigenlijk over en waarom vormt de stem van Erik Borgman een eigen geluid? Vervolgens gaat Jurjen Wiersma in op het politieke gehalte van Borgmans theologie. Dat doet hij door drie lijnen te schetsen die naar zijn mening door Metamorfosen heen lopen: een joodse geest, het bijbels humanisme en een katholieke lotsverbondenheid. Vervolgens laat Wiersma zien hoe christelijke politiek in het algemeen, en ook volgens Borgman, nooit alleen het haalbare nastreeft, maar ook, in Borgmans bewoordingen, het ‘onmogelijke als mogelijke’ naleven.
In een godsdienstfilosofische bijdrage stelt de Nijmeegse fundamentaaltheoloog Toine van den Hoogen enkele kritische vragen over Borgmans religiebegrip. Van den Hoogen vraagt zich af of hij niet te vanzelfsprekend uit gaat van Gods aanwezigheid in de wereld? Wordt zo niet te snel elk politiek debat verklaard tot religieus debat? Borgman, zo stelt hij, beschouwt de werkelijkheid om zich heen als een religieuze en ziet zo wellicht nog niet ingeloste mogelijkheden over het hoofd. De Delftse ethicus en studentenpastor Otto Kroesen, ten slotte, doet na lezing van Metamorfosen een kritisch tegenvoorstel. Met verwijzing naar Eugen Rosenstock-Huessy stelt hij dat het heil zich niet meer in de taal van de christelijke traditie uitdrukt, maar in de taal van de hedendaagse maatschappij. Niet metamorfosen, de gedaanteveranderingen van de religie, zijn volgens hem aan de orde, maar ‘metanomie’, de vertaling van Gods Woord in mensentaal.
De artikelen worden ‘onderbroken’ door een gedicht van Wouter Colpaert en een column van Lucien van Liere, zoals de lezer dat van Michsjol gewend is. Ten slotte worden we bijgepraat door Dirk van Keulen over zijn werk voor de heruitgave van de theologische werken van A.A. van Ruler, en door rabbijn Tzvi Marx, die zich opwindt over het Michsjol-themanummer over Israël en de Palestijnen.
Het geheel maakt samen een boeiend nummer van Michsjol. Geen gemakkelijke kost dit keer. Hopelijk kunt u het als lezer opbrengen de debatten en leesverslagen tot het einde toe te volgen. De redactie belooft bij dezen dat het de moeite waard zal zijn. Er staat immers iets op het spel: dat temidden van maatschappelijk tumult en conflict, door middel van het gesprek over religie en cultuur, steeds opnieuw bevochten kan worden wat mensen samenbindt. Dat gesprek wordt in Michsjol zoals gewoonlijk op het hoogste niveau en vol vuur gevoerd.
